Roel removebg 150x150
Benieuwd of zonnepanelen voor jouw bedrijf interessant zijn?

Bel 085-0655480 en spreek direct met onze expert Roel

Menu

Elk jaar zijn er 2 rondes waarin de  SDE+ subsidie wordt toegekend. 1 in het voor- en 1 in het najaar. In 2019 bedraagt het totale subsidiebedrag 10 miljard euro. Dit bedrag is elk jaar weer anders. De subsidie bestaat al jaren en is in die tijd regelmatig gewijzigd. In dit artikel lees je alles over de totstandkoming van de huidige SDE-subsidie en geven we een doorkijkje naar de toekomst.

Regulerende energiebelasting

Het begon allemaal in 1996 met de invoering van de Regulerende Energiebelasting (REB). Daarmee werd belasting geheven over alle soorten elektriciteit. Dit was een budgetneutrale subsidie. Met de opbrengst van de energiebelasting werd namelijk de inkomstenbelasting met hetzelfde bedrag verlaagd. Zo wilde de overheid efficiënter energieverbruik stimuleren. De regeling bestaat nog steeds, al heet hij sinds 2004 ‘Energiebelasting’.

Ministeriële regeling milieukwaliteit elektriciteitsproductie (MEP)

Door middel van de REB werd het efficiënt omgaan met energie wel gestimuleerd, maar het gebruik en de productie van groene energie werd er niet mee op gang geholpen. De oplossing kwam op 1 juli 2003: de ministeriële regeling milieukwaliteit elektriciteitsproductie (MEP). Deze subsidieregeling werd ingesteld omdat de overheid in 2010 9% van het totale energieverbruik uit duurzame energie wilde halen.

Het principe van de regeling is dat de ‘onrendabele top’ van de investering werd gecompenseerd door een subsidie. De onrendabele top is het verschil tussen de contante waarde van toekomstige inkomstenstroom en de grootte van de investering. Met een model op basis van cashflows en een minimumrendement op de investering werd de onrendabele top berekend, waarop vervolgens een subsidietarief werd gebaseerd. In de praktijk betekende dit dat producenten van duurzame energie een subsidiebedrag konden krijgen tussen de 0 en 9.7 cent per opgewekte kWh, voor een periode van 10 jaar.

Hierbij werd uitgegaan van een passend rendement op een investering van eigen vermogen van 15%. Alles daarboven wordt “overwinst” genoemd.

Problemen met de MEP

De introductie van de MEP verliep niet vlekkeloos. Dat kwam met name door informatieasymmetrie tussen de overheid en investeerders. De overheid was bij het vaststellen van de subsidie afhankelijk van informatie uit de sector, waardoor de benodigde subsidie snel werd overschat. Daarnaast werd voor alle projecten in hetzelfde jaar hetzelfde tarief gerekend om kosten te besparen. Dit zorgde er echter voor dat voor een aantal projecten het tarief te hoog was en voor anderen weer te laag. Deze problemen hebben er toe geleid dat er na augustus 2006 geen nieuwe subsidies zijn verstrekt.

Het doel van 9% duurzame elektriciteit in 2010 is uiteindelijk gehaald. Hier heeft de MEP een belangrijke rol in gespeeld. Toch heeft het onderzoeksinstituut SEO1 bepaald dat de MEP niet doelmatig is uitgevoerd:

  • De meest rendabele technologieën hebben niet de meeste subsidie gekregen.
  • De subsidie leidde tot overwinst voor biomassa- en windenergieprojecten.
  • Er is subsidie verleend aan projecten die ook zonder subsidie rendabel zouden zijn geweest.

Stimulering Duurzame Energie (SDE)

De vervanger van de MEP is de Stimulering Duurzame Energie (SDE). Deze subsidie had een vergelijkbare doelstelling als de MEP: de subsidie moest bijdragen aan de groei van duurzame elektriciteit naar 14% duurzame energie in 2020. Verder moest innovatie gestimuleerd worden, waarbij er mogelijkheden vrijkwamen voor duurzame technieken met een goed langetermijnperspectief. Denk bijvoorbeeld aan biomassa, geothermie of waterkracht.

Net als bij de MEP was compenseerde de SDE investeringen met een onrendabele top. De SDE compenseerde het verschil tussen de gemiddelde marktprijs per kWh en de kostprijs van een vergelijkbare installatie per kWh. Hier werd ook gerekend met een redelijke winstmarge voor de investering.

  geschiedenis van de SDE 2 300x107

Figuur 1: de techniek die de meeste subsidie ontving, verschoof van jaar tot jaar.

In opbouw van de subsidie verschilde de SDE echter wel. Het bestond uit een basisbedrag per kWh, die verschilde per technologie. Dit bedrag werd elk jaar gecorrigeerd op basis van de ontwikkeling van de energieprijzen. Daarnaast was er een maximumbedrag per technologie per jaar.

De SDE was ruimer opgezet dan de MEP, er was bijvoorbeeld ook subsidie mogelijk voor warmtetechnologieën en groen gas. Waar de focus bij de MEP vooral op biomassa lag, verschoof deze bij de SDE meer naar windenergie. Ook bij de SDE bleef het lastig om het budget optimaal te verdelen over de verschillende technieken, zodat aan de meest efficiënte projecten een subsidie werd toegekend.

Stimulering Duurzame Energie + (SDE+)

Om dat probleem op te lossen, werd in 2011 de SDE+ in het leven geroepen. Die regeling is vandaag de dag nog steeds van toepassing. De doelstelling van de SDE+ werd geformuleerd als het “uitbreiden van het aandeel hernieuwbare energie om de Europese doelstellingen zo goedkoop mogelijk te realiseren”.

In de werking van de regeling is het één en ander aangepast. Het jaarlijks beschikbare budget wordt niet meer van tevoren verdeeld over de verschillende technieken. In plaats daarvan wordt de aanvraagronde verdeeld over verschillende fases, waarin de eerste fase het laagste subsidiebedrag kent en de daaropvolgende fases een steeds hoger bedrag hanteren. Hierdoor maken de goedkoopste projecten de meeste kans op een subsidie. Als de subsidiepot na de eerste ronde nog niet leeg is, gaat de tweede ronde open voor een hoger bedrag voor de projecten met iets hogere kosten.  

geschiedenis van de SDE 3 300x221

Figuur 2: De technieken waar de meeste subsidie naartoe gaat, verschuift steeds. Bovenstaande figuur toont aan dat (zakelijke) zonnepanelen steeds een belangrijkere rol speelt in duurzame energie.

De toekomst: SDE++?

Uit de evaluatie van CE Delft en SEO Economisch Onderzoek uit 2016 blijkt dat de SDE+ in zijn huidige vorm goed functioneert en een goede oplossing is voor de tekortkomingen uit de MEP en de SDE.

In het regeerakkoord van het huidige kabinet staan echter plannen om de SDE+ verder uit te breiden. In de volgende regeling zal ook de reductie van broeikasgasemissie een plek krijgen. Dit zal worden ingevoerd om het doel van 49% CO2-reductie in 2030 te bereiken. In dit deel van de regeling zal er een basisbedrag of bodemprijs per ton CO2-reductie en een correctiebedrag zijn.

Naast een focus op CO2-reductie zullen ook nieuwe technieken op het gebied van duurzame energie een plaats krijgen. Denk dan bijvoorbeeld aan aquathermie, composteringswarmte en waterstofproductie.

Wil je nu weten hoeveel SDE-subsidie jij kan ontvangen? Vraag hier jouw gratis adviesrapport op maat aan en wij werken het voor je uit!

Herwin Broenink bouw
Herwin Broenink Binnendienst

Nieuwste artikelen