Benieuwd of zonnepanelen voor jouw bedrijf interessant zijn?

Bel 085-0655480 en spreek direct met onze expert Roel

Menu
" />

De Nederlandse overheid heeft een hele toer aan het halen van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Ter vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen zet de overheid in op hernieuwbare energie, waaronder zonne-stroom. Een oproep om over te schakelen op hernieuwbare bronnen is echter niet voldoende.

‘Een zonnestroominstallatie is duur’ is een veelgehoorde tegenwerping; . ‘De terugverdientijd is te lang’. Stimuleringsmaatregelen zijn nodig om het financiële nadeel van milieubesparende maatregelen te compenseren en zo niet alleen milieu-gevoeligen, maar ook calculerende burgers of bedrijven over te laten schakelen op hernieuwbare energiebronnen. Voor die laatste groep is het belangrijk te weten dat bij een uitgekiend gebruik van de stimuleringsmaatregelen het zelfs mogelijk is te verdienen met zonnestroom. Hieronder volgt een inventarisatie van de stimuleringsmaatregelen voor zonnestroom.

Groot- of kleinverbruik installatie

Er zijn grootverbruikers en kleinverbruikers van elektriciteit. Een kleinverbruik-installatie heeft een maximale doorlaatwaarde van 3 x 80 Ampère of minder. Is de doorlaatwaarde meer , dan heet het een grootverbruik-installatie. Welke stimuleringsmaatregel van toepassing is, hangt vaak af van groot- of kleinverbruik. Een kleinverbruik-installatie kan verzwaard worden. Daar zijn eenmalige kosten aan verbonden en de periodieke kosten van een grootverbruik-installaties zijn fors hoger. Anderzijds kan de installatie ook te ruim bemeten zijn en verkleind worden. Vooraf is het zaak zich te vergewissen welke de installatie passend is. Bij de netbeheerder zijn de kosten op te vragen.

Omzetbelasting

De leverancier stuurt bij aankoop van een zonnestroominstallatie een factuur met 21% omzetbelasting. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat iemand die stroom levert aan het net, ondernemer is voor de omzetbelasting. Hoewel dit geen gerichte stimuleringsmaatregel is, werkt het wel in het voordeel van de koper van een zonnestroominstallatie. De koper kan de omzetbelasting namelijk terugvragen van de Belastingdienst door een aangifte omzetbelasting in te dienen. Over de stroomopbrengst is weliswaar omzetbelasting verschuldigd, maar bij niet al te grote installaties hoeft die omzetbelasting doorgaans niet afgedragen te worden door de werking van de kleine ondernemersregeling.

Energiebelasting

Onder de naam Energiebelasting wordt belasting geheven op levering en gebruik van elektriciteit. De stroomleverancier brengt de energiebelasting in rekening en draagt die af aan de Belastingdienst. Er geldt een uitzondering voor elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen (zoals zon). De energiebelasting op elektriciteit kent een degressief verloop (zie tabel). Let op: als de verbruiker niet zelf opwekt, maar stroom afneemt van de installatie die verhuurder op het door de huurder gehuurde pand heeft geplaatst, moet de verhuurder wel energiebelasting afdragen. Net als een stroomleverancier, zal verhuurder die energiebelasting bij verbruiker in rekening willen brengen. Voor woningen geldt een uitzondering.

bron: www.belastingdienst.nl

Daarnaast bestaat er nog een ODE opslag

bron: www.belastingdienst.nl

Salderen

Het is bekend dat een zonnestroom installatie in de zomer meer elektriciteit opwekt dan in de winter. Als in de zomer niet alle opgewekte zonnestroom zelf wordt gebruikt, kan stroom worden terug geleverd aan het net. Die terug geleverde stroom mag worden gesaldeerd met de afgenomen stroom, zodat u slechts het netto stroomverbruik op jaarbasis betaalt. Salderen geldt niet alleen voor de stroomprijs, maar ook voor de energiebelasting. Wekt de installatie op jaarbasis meer op dan het verbruik, dan valt er niets meer te salderen. De stroomleverancier moet u een redelijke vergoeding geven. Die vergoedingen zijn gerelateerd aan de marktprijs van stroom en dus laag. Om die reden is het handig de capaciteit van de zonnestroominstallatie af te stemmen op het jaarverbruik. Overigens geldt de salderingsregeling alleen voor kleinverbruik installaties

Energie-investeringsaftrek en kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Als een ondernemer investeert in een zonnestroominstallatie én als hij kleinverbruiker is, heeft hij recht op energie-investeringsaftrek en kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. De ondernemer mag die bedragen op zijn fiscale winst in mindering brengen en betaalt daardoor minder belasting. De hoogte van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is afhankelijk van het totaalbedrag aan investeringen van de ondernemer in een jaar. Die kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is 28% van investeringsbedragen tot in totaal € 56.192. Het maximum van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is € 15.734. Zij de jaarinvesteringen hoger, dan neemt het bedrag van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek af.

De energie-investeringsaftrek geldt alleen voor kleinverbruik aansluitingen en bedraagt 55,5% van het investeringsbedrag. De installatie waarin wordt geïnvesteerd moet een piekvermogen hebben van meer dan 25kW. Bij panelen van 300 Wp gaat het dus om installaties met meer dan 83 panelen. Het investeringsbedrag waarover energie-investeringsaftrek wordt verleend is afgetopt op € 750 per kW piekvermogen.

Bij elkaar opgeteld kan de investering in een zonnestroom-installatie recht geven op een extra aftrekpost van 55,5% en 28% = 83,5% van de investering. Hoeveel die aftrekpost daadwerkelijk aan belasting bespaart is afhankelijk van het belastingtarief (voor IB-ondernemers maximaal 52%).

SDE+

Voor grootverbruik installaties geldt de Stimuleringsregeling Duurzame Energieopwekking (SDE+). Dit is een geen fiscale aftrek, maar een echte subsidie op elke kWh die met behulp van hernieuwbare bronnen wordt opgewekt. De overheid rekent uit wat de kostprijs is van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Die kostprijs ligt boven de marktprijs van (grijze) elektriciteit. Om opwekking van elektriciteit toch aantrekkelijk te maken, kent de overheid een subsidie (SDE+) toe voor het verschil. Voor 2018 is die subsidie voor zonnestroom maximaal € 0,106 (10,6 eurocent) per opgewekte kWh. Op die subsidie wordt de marktprijs van stroom (het correctiebedrag) in mindering gebracht. Dat correctiebedrag wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsontwikkelingen op de stroommarkt.

De gedachte daarachter is dat een producent de opgewekte stroom zelf kan gebruiken of kan verkopen aan een stroomleverancier. Stijgt de stroomprijs, dan is de autonome opbrengst of besparing hoger en is er minder subsidie nodig om de installatie break-even te laten draaien. Daalt de stroomprijs, dan is er meer subsidie nodig. De marktprijs is voor 2018 voorlopig vastgesteld op € 0,047 ( 4,7 eurocent ) per kWh. Per saldo betaalt de overheid dus € 0,059 (6,9 eurocent) subsidie per opgewekte kWh. Het minimum correctiebedrag voor de hele looptijd van de subsidie is 2,6 eurocent. Daalt de marktprijs onder dat niveau, dan blijft het correctiebedrag toch 2,6 eurocent. De looptijd van de subsidie is 15 jaar. Het bedrag wordt maandelijks op voorschotbasis uitbetaald en na afloop van het jaar volgt een afrekening op basis van de werkelijke geproduceerde kWh.

Om voor SDE+ in aanmerking te komen moet de zonnestroominstallatie een capaciteit hebben  van 15 kWp of meer, dus vanaf ongeveer 50 zonnepanelen, en worden aangesloten op een grootverbruik installatie. Voor zon voor projecten groter dan 1 MWp gelden andere bedragen, zie tabel. SDE + kan niet samengaan met EIA.

De aanvraag voor SDE+ subsidie moet worden ingediend bij RVO (Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland). RVO heeft een website www.rvo.nl waar veel informatie over SDE+ te vinden is.

De inschrijving voor SDE+ subsidie geschiedt in twee rondes, één in het voorjaar (maart) en één in het najaar (oktober). In de voorjaarsronde was 6 miljard Euro beschikbaar, te verdelen over verschillende vormen van hernieuwbare energieopwekking, terwijl er voor ruim 7 miljard Euro aanvragen werden ingediend. Er was sprake van overtekening. De categorie zon had het grootste aantal aanvragen. De toekenning van de subsidie gaat via een tendersysteem in 3 fasen. De laagste inschrijvingen worden het eerst gehonoreerd.

Voor zon voor projecten kleiner dan 1 MWp gaf fase 1 recht op maximaal 9 eurocent subsidie, fase 2 op maximaal 10,6 eurocent en fase 3 op maximaal 10,6 eurocent (steeds verminderd met het correctiebedrag wat verschil per situatie van wel of niet terugleveren aan het net, zie tabel).

Voor zon voor projecten groter dan 1 MWp gaf fase 1 recht op maximaal 9 eurocent subsidie, fase 2 op maximaal 9,9 eurocent en fase 3 op maximaal 9,9 eurocent (steeds verminderd met het correctiebedrag wat verschil per situatie van wel of niet terugleveren aan het net, zie tabel)

 

Bron: rvo.nl

Als de subsidie is toegekend, krijgt de ontvanger van de subsidie ruim de tijd om de installatie aan te brengen; drie jaar na toekenning moet de installatie in gebruik genomen zijn. Die termijn geeft de mogelijkheid om te profiteren van prijsdalingen van zonnestroominstallaties.

Waar bij de energie-investeringsaftrek alleen ondernemers kunnen profiteren, kan bij de SDE elke grootverbruiker in aanmerking komen voor subsidie; ondernemers, verenigingen, instellingen, scholen, vastgoedbeleggers etc.

Voor een optimale aanvraag is een inschatting nodig in de subsidieruimte. Het is jammer zijn om in te schrijven op 9 eurocent, terwijl de aanvragen van 10,6 eurocent ook worden toegekend. De website biedt informatie over de toekenningsprocedure en kennisneming daarvan maakt het mogelijk een uitgekiende inschrijving te doen. Een goede inschatting en inschrijven op het juiste tijdstip kan de opbrengst maximeren. De aanvraag kan vooraf worden klaargezet. Voor inschrijving is e-herkenning nodig. Zonnestroom Nederland inschakelen kan natuurlijk ook.

Auteur Marthijn de Jong Buitendienst

Nieuwste artikelen